26/01/2026
Kijk mij daar staan. Handen in m’n zij, glimlach op m’n gezicht, jurk die glinstert alsof het allemaal vanzelf ging. En toch hoor ik het soms bijna in andermans hoofd:
“Wat staat ze te pronken.”
“Wat wil ze bewijzen?”
“Ze vindt zichzelf ineens wel heel wat.”
Veranderen maakt mensen onrustig. Niet omdat ik zo hard roep, maar omdat ik niet meer pas in het plaatje dat ze van mij hadden. Ze kenden die versie die zichzelf kleiner maakte, die grapjes maakte voordat iemand anders het kon doen, die alvast “ach joh” zei zodat niemand het hoefde te zeggen. En als je dan opeens rechtop gaat staan, letterlijk en figuurlijk, dan voelt dat voor sommigen alsof je zonder toestemming bent doorgegroeid.
Ja, ik ben 45 kilo afgevallen.
Ja, ik heb nu een gezond BMI.
En ja, ik voel me soms gewoon een lekker ding.
Maar wat mensen niet zien: dit is geen simpele voor en na. Mijn lichaam ging vooruit, maar m’n hoofd moest rennen om bij te blijven. Het ging zo snel dat ik het amper kon bevatten. Ik ben al 17 maanden aan het wennen. Aan een spiegel die niet meer meteen vijand is. Aan botjes die ineens op plekken zitten waar ik ze eerder niet voelde. Aan complimenten die fijn zijn, maar soms ook steken, omdat ze me herinneren aan al die jaren waarin er juist het tegenovergestelde werd gezegd.
En het gekke is: van binnen ben ik niet ineens iemand anders. Mijn hart klopt nog hetzelfde. Ik geef nog steeds dezelfde liefde, dezelfde hulp, dezelfde aandacht. Alleen draag ik het nu in een lijf dat letterlijk lichter is geworden, en in een houding die niet meer automatisch zegt: “Maak me maar klein, dan val ik niemand lastig.”
Dus nee, ik ben niet arrogant. Ik ben eindelijk gestopt met mezelf verstoppen. Ik kom erachter dat ik er mag zijn. Dat ik dit eigenlijk altijd al was… alleen kon ik het niet zien, omdat ik te lang heb geloofd wat anderen vonden en zeiden.
Dus ja, ik ben veranderd. En ik ben er nog steeds. Met hetzelfde hart. Alleen eindelijk wat lichter. In mijn lijf, maar vooral in mijn hoofd.