19/06/2026
De Mick Jagger van de zaadjes
Leiden zit vol verborgen verhalen. Onder straten en huizen liggen oude lagen met hout, zaden, vruchten en stuifmeel van planten die hier eeuwen geleden groeiden.
In het archeobotanisch laboratorium van de Universiteit Leiden worden die resten onderzocht. Met microscopen bestuderen onderzoekers zaden en stuifmeelkorrels tot in detail. Zo kunnen ze achterhalen welke planten hier vroeger groeiden, hoe het landschap eruitzag en soms zelfs wat mensen aten.
Archeobotanicus Ilse Kamerling bekijkt samen met collega Mike Field en studenten dit verborgen verleden. “Het zijn soms net kleine kunstwerkjes,” zegt ze over de zaden en stuifmeelkorrels die al sinds de middeleeuwen in de grond of in oude beerputten bewaard zijn gebleven.
Uit een beerput van het voormalige Sint Agnietenklooster, vlak bij de Haarlemmerstraat, kwamen allerlei resten van het dagelijks leven naar boven. Zo werden onder meer hazelnoten, een scherf van een walnootschil en een stukje mosselschelp gevonden. Ilse laat een klein pitje zien. “Dit is een kers,” zegt ze. “Wij noemen dit de Mick Jagger van de zaadjes,” voegt ze lachend toe, “vanwege de ‘lippen’ aan één kant.”
Ook zijn er druivenpitten en veel vijgenzaadjes gevonden. Dat roept vragen op. Werden vijgen hier gekweekt, bijvoorbeeld tegen een warme muur? Of kwamen ze van ver, als gedroogde vruchten? De middeleeuwen kenden een relatief warme fase, legt ze uit, waarin een vijg op een beschutte plek hier in Leiden waarschijnlijk prima kon gedijen.
Voor onderzoekers gaat het zo niet langer alleen om gewone resten. Het zijn concrete sporen van mensen die hier werkten, aten en hun afval weggooiden. De zaden uit de beerput en het stuifmeelonderzoek vertellen iets over het voedsel, het klimaat en het groen in Leiden in die tijd. Wat Ilse onder de microscoop ziet, maakt het verborgen verleden van Leiden weer zichtbaar.