Stadsfotograaf Leiden

Stadsfotograaf Leiden Van september 2025 tot september 2026 is Robert Steenbergen de Stadsfotograaf van Leiden

Visglijbaan in de polderIn de Lagenwaardsepolder bij Koudekerk aan den Rijn staat een strak nieuw gemaal. Het zorgt ervo...
08/06/2026

Visglijbaan in de polder

In de Lagenwaardsepolder bij Koudekerk aan den Rijn staat een strak nieuw gemaal. Het zorgt ervoor dat het waterpeil in de polder op orde blijft. Aan de zijkant zit een extra onderdeel dat minder opvalt. Dat is een buis die de ingang vormt van een vispassage. “Eigenlijk gaan ze gewoon van de glijbaan af naar beneden,” zegt visonderzoeker Robin Blokhuijzen lachend.

Bij de renovatie in 2025 is deze vispassage aangelegd. Vissen kunnen nu vanuit het water buiten de polder, de Rijnlandse boezem, de lagergelegen sloten in zwemmen, waar ze rust en ruimte vinden om zich voort te planten en op te groeien. Later kunnen ze de polder weer uit via het gemaal, dat zo is gebouwd dat vissen er veilig doorheen kunnen. Op die manier draagt dit bouwwerk bij aan het waterbeheer én aan meer leven in de sloten.

De werking is eenvoudig. Met een lichte stroming van het iets warmere en voedselrijke polderwater worden de vissen naar de opening van de buis gelokt, waarna ze daar tegen de stroom in naar binnen zwemmen. Na enige tijd sluit de klep aan de buitenkant en gaat de klep aan de polderkant open. De buis loopt leeg en de vissen glijden de polder in. Dit gebeurt meerdere keren per dag, automatisch.

Om te controleren of dit goed gaat, laat het Hoogheemraadschap van Rijnland onderzoek doen door Visadvies, een bureau dat gespecialiseerd is in visonderzoek en vismigratie. Een onderwatercamera kijkt mee bij de ingang, aan de andere kant vangt een fuik alle passerende vissen op. Die fuik is gemaakt van glad netmateriaal, zodat de dieren niet beschadigen.

Soms levert twee dagen onderzoek wel 150 tot 200 vissen op, van blankvoorn en brasem tot kolblei en karper. “Het is altijd een verrassing wat erin zit,” zegt Robin. Hoogheemraad Hans Schouffoer van Rijnland vat het samen: “Met dit soort vispassages helpen we vissen hun natuurlijke weg te vinden. Bij elk gemaal dat we vernieuwen kijken we of we er een kunnen aanleggen.”

De Stevenshofse schooltuin viert dit jaar haar 40ste verjaardag, in hetzelfde jaar waarin de Leidse schooltuinen als geh...
29/05/2026

De Stevenshofse schooltuin viert dit jaar haar 40ste verjaardag, in hetzelfde jaar waarin de Leidse schooltuinen als geheel precies een eeuw bestaan. Wie in de Stevenshof in de afgelopen veertig jaar op de basisschool zat, heeft hier vrijwel zeker een eigen schooltuin gehad.

Op een mooie voorjaarsochtend stuiven de kinderen van groep 6 de tuin in, recht op hun eigen stukje grond af. Waar een paar weken geleden nog alleen zaad in de grond verdween, steken nu rijen spinazie en uitjes boven de aarde uit. Spinazie is bewust gekozen als snelgroeier, zodat er meteen een succeservaring is. Tussen de paadjes door lopen een juf en vrijwilligers, terwijl de kinderen met zichtbaar plezier en vieze schoenen door de tuin bewegen.

Leerkracht Fleur Antheunissen ziet de schooltuin als een verlengstuk van haar klaslokaal. “Vanuit school vinden we het belangrijk dat kinderen ook zien dat leren niet alleen maar gaat om leren uit boeken, maar ook om leren door te doen,” zegt ze, terwijl haar leerlingen spinazie uitdunnen en de oogst in bakjes stoppen om thuis op te eten.
Vrijwilliger Martin Huizing komt uit het onderwijs en stond jarenlang als biologiedocent voor de klas. “Ik vond het lesgeven zo leuk dat ik er hier eigenlijk gewoon mee ben doorgegaan,” vertelt hij.

Veel kinderen kennen groente vooral uit de supermarkt. Vrijwilliger Marjanne is erbij voor het tuinieren én de voedseleducatie: “Om kinderen gewoon te laten zien van: oh, zo groeit het en daar komt het vandaan… het is onbespoten, het komt van de grond en je kan het eten.” In het najaar maken de kinderen samen schooltuinsoep van de groenten uit de tuin.
De Stevenshofse tuin is een groene wereld op zich, met een bloemenpluktuin, een kruidentuin en een bijenstal waar een speciale bijenles bij hoort. De tuin bestaat sinds 1986 en is uitgegroeid tot een plek waar generaties kinderen leerden zaaien en oogsten.

De Vereniging Leidse Schooltuinen begon in 1926 en viert dit jaar haar honderdjarig jubileum. Op meerdere locaties in de stad tuinieren jaarlijks 600 basisschoolkinderen op een eigen stukje grond. In de Stevenshof wordt dat jubileum heel persoonlijk. Ouders die hier ooit zelf met een gietertje liepen, zien hun kinderen nu voor hun eigen tuintje zorgen.

24/05/2026

Wie wordt de nieuwe stadsfotograaf van Leiden? De nieuwe stadsfotograaf publiceert vanaf september een jaar lang elke week een foto of fotoreportage in het Leidsch Dagblad. Aanmelden kan tot en met 18 juni 2026.

Notarisboot laat groene achtertuin van Leiden zienDe heere Schouten vaart rustig over 't Joppe, langs rietkragen, luid r...
22/05/2026

Notarisboot laat groene achtertuin van Leiden zien

De heere Schouten vaart rustig over 't Joppe, langs rietkragen, luid roepende scholeksters, grazende koeien en ganzen met jonkies. Even later schieten twee ijsvogels laag over het water voorbij, eerst alleen te horen als een hoog, piepend geluid en dan als een felblauwe flits. Op het water verdwijnt de stad razendsnel. Binnen een paar minuten varen is er niets meer te zien van Leiden behalve lucht, riet en water.

De antieke notarisboot uit 1908 is inmiddels officieel erkend als varend erfgoed. Hij werd gebouwd op de werf van Henk Schouten in Muiden. Nu vaart de boot als voetveer voor de Zwanburgerroute. Wandelaars stappen op bij brasserie Coazy in Warmond. Ze laten zich naar de eilandpolder Zwanburgerpolder brengen en lopen daar een stuk over de dijk. Daarna worden ze overgezet naar het schiereiland Tengnagel voor het tweede deel van de route. Af en toe wordt de boot ook ingezet voor een besloten tochtje met een kleine groep.

"We hebben alles eens berekend," zegt schipper Jan. "We hebben toch wel meer dan 30.000 mensen door de jaren heen laten wandelen." Zonder de boot en de inzet van vrijwilligers als Marius de Jong en Jan Abbink zouden deze groene eilanden vlak bij Leiden voor veel mensen letterlijk buiten bereik blijven.

Aan boord is de sfeer gemoedelijk. Vrijwillige schippers, meestal 60-plus en in het bezit van een vaarbewijs, varen vier dagen per week en kennen elk mooi plekje langs de route. "We zijn een stichting met 32 vrijwilligers," vertelt Marius. "Wij zorgen dat alles reilt en zeilt, letterlijk en figuurlijk." Terwijl zij vertellen over oude boerderijen en de geschiedenis van de notarisboot, trekken futen en andere watervogels rustig langs de boot.

Onderweg wijzen ze op de jeneverboom, een boom met een eigen genootschap, een eigen gedicht en flessen jenever die in de takken hangen. "Zulke dingen weet je alleen als je hier vaart," zegt de schipper. Een vaartocht met de heere Schouten laat zien hoe verrassend groen de rand van Leiden vanaf het water is.

‘Levende geschiedenis’ in de De Eendenkooi van WarmondOp een doordeweekse ochtend in de eendenkooi van Warmond zijn Gert...
15/05/2026

‘Levende geschiedenis’ in de De Eendenkooi van Warmond

Op een doordeweekse ochtend in de eendenkooi van Warmond zijn Gert en Danusia aan het werk. Zij maaien met de zeis een dichte laag brandnetels weg langs paden en water, terwijl een vogelringer een eend ringt die in de vangpijp is terechtgekomen.

De kooi stamt uit de eerste helft van de 17e eeuw en was ooit een van de meerdere eendenkooien in de omgeving. Nu is dit de enige die is overgebleven. De kooi geldt inmiddels als een belangrijk cultuurhistorisch landschap, waarin de sporen van eeuwen gebruik nog altijd zichtbaar zijn.

Die rust trekt nog steeds veel vogels aan. De kooiplas en het omringende bos zijn een veilige plek om te slapen, broeden én om in de vangpijpen terecht te komen. De kooi telt drie gecertificeerde ringers, die kleine metalen ringetjes met een unieke code aanbrengen bij vogels die zijn gevangen. “Het is levende geschiedenis,” zegt een van hen. “Dit is een werkende kooi, waar nog eenden voor onderzoek worden gevangen en die op een ambachtelijke manier wordt onderhouden door een hele enthousiaste groep vrijwilligers.” Na het wegen en meten vliegen de dieren weer vrij het kooibos in.

Tussen rietschermen en knotwilgen leven ook andere soorten. In de paddenpoel is speciaal voor amfibieën een ondiepe poel zonder vissen aangelegd, in de hoop dat hier soorten als kikkers, padden en salamanders hun plek zullen vinden. Langs paden bloeien in het voorjaar sneeuwklokjes en in het kooibos foerageren vleermuizen. Met wildcamera’s houden vrijwilligers bij welke zoogdieren er rondlopen. Zo zijn er onder meer egel, boommarter, bunzing en haas als regelmatige bezoekers van de kooi te zien. Eendenkooi Warmond is daarmee niet alleen een plek voor eenden, maar een klein, afgeschermd stukje biodiversiteit midden in de drukke Randstad.

Een groep van 26 vrijwilligers houdt de kooi draaiende: zij maaien, zagen, knotten, slepen takken en repareren rietschermen. Dankzij hun inzet blijft dit eeuwenoude vangsysteem actueel als plek voor natuur, educatie en onderzoek.

In de tuin van het Huis van de Buurt in de Stevenshof staat Rita Ghogli gebukt over haar groentebakken. Ze wrijft wat aa...
08/05/2026

In de tuin van het Huis van de Buurt in de Stevenshof staat Rita Ghogli gebukt over haar groentebakken. Ze wrijft wat aarde los rond een jonge peperplant. “Als de poort naar de tuin openstaat, zie ik mensen naar binnen komen die vragen wat ik aan het doen ben,” zegt ze glimlachend. “Dan vertel ik over de planten, laat ik ze proeven en geef ik soms groenten en kruiden mee. Zo leren ze over de natuur én over voedsel.”

Rita, gepensioneerd en voorzitter van stichting LOSA (Leidse Organisatie Surinamers en Antillianen), vroeg de vier bakken een paar jaar geleden aan via het gemeentelijke programma Samen aan de Slag. “Ik kook hier al drie jaar met mensen uit de buurt,” vertelt ze. “Toen ik die lege ruimte zag, dacht ik: hier moeten bakken komen. Zo kunnen we vers uit de tuin in de pan koken.” De groenten uit de bakken verdwijnen rechtstreeks in de pannen tijdens de gezamenlijke kookmomenten. “We koken samen zodat mensen elkaar ontmoeten en zich minder alleen voelen,” zegt ze. “Het gaat net zo goed om het gesprek aan tafel als om het eten zelf.”

In de bakken groeien rucola, snijbiet, spinazie, raapstelen, broccoli en boerenkool, die Rita samen met vrijwilligers onderhoudt. “Ik kweek de plantjes thuis op en koop het meeste zelf,” zegt ze. “Subsidie krijg ik niet. De rest is liefde en tijd.”

Door het veranderende klimaat zoekt Rita naar andere gewassen. “Je ziet dat het steeds warmer wordt,” legt ze uit. “Die hitte in het voorjaar geeft stress bij de planten, dan schieten ze meteen door. Daarom ben ik me meer gaan richten op Surinaamse groenten, zoals klaroen, amsoi, paksoi, oker en goma wiri. Die kunnen beter tegen de zon.”

Binnen in het buurthuis wil ze de moestuin en oogst zichtbaar maken. “Veel mensen kennen snijbiet niet,” zegt ze. “Dus ik leg het neer met een bordje erbij, zodat ze zien wat het is. Als ze het eenmaal geproefd hebben, raken ze nieuwsgierig. Dan komen ze terug om te helpen of gewoon voor een praatje.”

Voor Rita draait groen in Leiden om meer dan planten. “De bakken zijn niet alleen voor LOSA,” benadrukt ze. “Het is voor de hele buurt. Iedereen is welkom om de moestuinen te bezoeken, bij het buurthuis en bij speeltuin De Merendroom in de Merenwijk. Ik wil dat dit blijvende plekken zijn waar mensen zich thuis voelen tussen het groen.”

Levend klaslokaal bij De BrugMax en Senn: twee vrienden die zichtbaar genieten tussen de groenteplantjes en kleurrijke b...
01/05/2026

Levend klaslokaal bij De Brug

Max en Senn: twee vrienden die zichtbaar genieten tussen de groenteplantjes en kleurrijke bloemen in de schooltuin. Terwijl ze met hun handen in de aarde wroeten en slaplantjes uitzetten, is dit even een plek waar het stil mag zijn in hun hoofd.

De schoolmoestuin van PI school De Brug in Leiden is een levend klaslokaal naast het groene schoolplein. Het is de tuin van een school voor speciaal onderwijs aan kinderen die extra behoefte hebben aan structuur en een veilige omgeving. “De tuin maakt kinderen heel zacht,” zegt docent Mayke.

De kinderen van De Brug komen vaak van scholen waar het niet lukte, waar ze “te druk” waren of vooral de gang kenden als plek om naartoe gestuurd te worden. In de tuin hoeft niemand stil te zitten; hier mag je doen. Kinderen trekken onkruid en zetten plantjes in de aarde. Daarna maken ze plek om later zonnebloemen te zaaien. Ondertussen ontdekken ze dat spinazie niet in een plastic zak groeit, maar als tere blaadjes die je met je eigen handen oogst en ’s avonds thuis in de pan terugziet. Soms komen kinderen gewoon even vragen: “Juf, mag ik op het bankje? Ik ben overprikkeld.” Dan is de tuin vooral een plek om weer rustig te worden.

Elke groep heeft zijn eigen stukje in een van de verhoogde bakken, met namen als Catamaran en Zilvervloot, zodat er samen gezaaid, verzorgd en geoogst wordt. De zware kleigrond dwong de school om de moestuin de hoogte in te brengen. Onder leiding van Mayke, die het initiatief voor de tuin nam, en vrijwilliger Annelies groeide de tuin uit tot een landschap van bakken, houtsnippers en biologische zaden dat jaar na jaar een bonte oogst oplevert. Tussen de uitgebloeide palmkool voor de bijen, de aardbeitjes, bramen en bessen staan ook tuinbonen en bietjes uit een onderzoeksproject van de Universiteit van Wageningen.

Aan het eind van het seizoen worden zelf geteelde aardappels patat, en ieder jaar weer leren de kinderen iets nieuws: dat in de winter weinig te oogsten valt, dat bloesem de belofte van fruit is, en dat een eikeltje kan uitgroeien tot een boompje waar je eindeloos trots op mag zijn. “Het gaat ons niet om productie,” zegt de leerkracht, “maar om de kleine dingen die ze hier nooit meer vergeten.”

Experimenteren voor duurzamere bollenteeltIn Hillegom onderzoeken studenten van de HAS Green Academy hoe de teelt van bl...
24/04/2026

Experimenteren voor duurzamere bollenteelt

In Hillegom onderzoeken studenten van de HAS Green Academy hoe de teelt van bloembollen duurzamer kan worden. Ze werken op een klein proefveld waar nieuwe manieren worden getest. De bollen liggen er niet vlak in de grond, maar in verhoogde stroken, zogenaamde ruggen.

Voor de studenten is het een kans om buiten de klas te leren. "In de les hoor je over andere manieren van telen, maar hier zie je het echt gebeuren," zegt Vincent. Anouk let op wat er rondom het veld leeft, zoals insecten en vogels. Samen hangen de studenten plakvallen op om bij te houden welke insecten er voorkomen. Jacco is benieuwd welke oplossingen in de praktijk werken.

Het proefveld is bewust klein gehouden. "Voor de gewone teelt is het onhandig omdat het zo klein is, maar voor dit soort dingen is het juist goed," legt de teler uit. Zo kan er rustig geëxperimenteerd worden zonder dat meteen een heel bedrijf op de schop hoeft.

Opvallend is dat er in tweeënhalf jaar tijd nog niet gespoten is. Op de ene helft van het veld mag dat nooit, op de andere helft alleen in uiterste nood, maar ook daar is het nog niet nodig geweest. Onkruid wordt met machines verwijderd, wat meer tijd kost dan sp***en. Langs het veld staat een heg die vogels en insecten aantrekt, goed voor de natuur, maar hij zorgt ook voor meer onkruid. "Aan de ene kant gaat het beter omdat je die heg hebt, meer leven in het veld. Maar daardoor krijgen we ook meer last van onkruid. Het zijn altijd afwegingen."

Water geven en bemesten gebeurt ook gerichter. Slangen in de grond zorgen dat water en voeding precies bij de bollen terechtkomen, zodat er minder wordt verspild.

Vanuit Greenport Duin- en Bollenstreek begeleidt Anne Marie van Dam de studenten op het demoveld in Hillegom. Op dit kleine perceel werken telers, onderzoekers en studenten samen aan natuurinclusieve bollenteelt, met minder chemie en meer aandacht voor wat er in en om het veld leeft. Het antwoord is er nog niet, maar de zoektocht is volop gaande.

De Reuzenwaterlelie is terugMet een klein zwart potje in zijn hand begon het allemaal. Maanden geleden duwde hortusmedew...
17/04/2026

De Reuzenwaterlelie is terug

Met een klein zwart potje in zijn hand begon het allemaal. Maanden geleden duwde hortusmedewerker Theo Teske de eerste zaden van de Victoria amazonica in een potje aarde in een warme kweekruimte van de Hortus botanicus.

In die kweekruimte gaan elk jaar ongeveer tien verse zaden de aarde in. Meestal komen er vijf à zes op, dit seizoen zijn het er zes geworden. Uit die groep wordt de sterkste plant gekozen, die uiteindelijk in het midden van de vijver komt te staan.

Het inplanten is elk jaar een zorgvuldige operatie. De jonge plant, ooit een nauwelijks zichtbaar za**je, is nu een stevige zaailing met de eerste karakteristieke bladeren. In het hart van de vijver wacht een grote pot, gevuld met klei, grond en meststoffen, de definitieve standplaats. Vanaf dat moment kan de Victoria doen waar ze beroemd om is, groeien. In één seizoen kunnen de bladeren uitgroeien tot twee meter in doorsnede en maakt de plant wekelijks nieuwe bladeren aan.

Aan de oppervlakte oogt de Victoria bijna vriendelijk. Grote, ronde bladeren met een opstaande rand vormen een groen tapijt over het water, zo stevig dat er elk jaar foto’s worden gemaakt van baby’s die op één enkel blad liggen. Onder water ziet de plant er totaal anders uit. De onderkant van de bladeren en de stengels zijn bedekt met stevige stekels, een pantser tegen vissen die in de Amazone anders happen uit de plant zouden nemen.

Voor Theo is het een plant die nooit verveelt. “Ik werk met veel bijzondere soorten, maar deze Victoria is echt de baas in de vijver” zegt hij. “Als je haar laat gaan, neemt ze gewoon de hele vijver over.” Hij ziet hoe nieuwe bladeren, eerst strak opgerold, vanuit de diepte naar boven komen en zich in een paar dagen uitvouwen tot grote groene schijven. De bloei maakt straks het spektakel compleet. Het begint altijd met geur, ergens halverwege de middag gaat de knop ineens naar ananas ruiken, voor Theo het zekere teken dat de bloem die nacht zal opengaan. Tegen de schemering opent de bloem daadwerkelijk, eerst wit en zwaar geurend, later roze en geurloos.

Dit jaar begint dat verhaal opnieuw, precies op het moment dat Theo, tot zijn knieën in het water, de Victoria haar vaste plek in de vijver geeft.

Groene Stad tussen de stenenIn Leiden is de natuur nooit ver weg. Zelfs tussen stenen straten, oude muren en hofjes vol ...
10/04/2026

Groene Stad tussen de stenen

In Leiden is de natuur nooit ver weg. Zelfs tussen stenen straten, oude muren en hofjes vol verhalen duikt overal leven op. Wie goed kijkt, ziet dat de stad één groot leefgebied is voor vogels, mossen en taaie “stoepplantjes” die zich door elke kier heen werken.

Bij de Leidse Amateur Fotografen Vereniging (LAFV) wordt die stedelijke natuur vastgelegd door de Werkgroep Natuurfotografie. De leden trekken er regelmatig op uit, van de parken en singels tot in de binnenstad. Hun blik is scherp, maar ook verwonderend: zelfs in een muurvoeg of een scheur in het trottoir vinden zij schoonheid.

Die stoepplantjes zijn meer dan ‘onkruid’. Ze bieden voedsel en schuilplekken voor insecten en vogels, helpen de stad te verkoelen en zorgen ervoor dat regenwater beter kan wegstromen tussen al het steen. In Leiden laat onder meer de Hortus botanicus al jaren zien hoe belangrijk dat spontane groen is voor de biodiversiteit én voor hoe prettig een stad aanvoelt om in te wonen.

Fotografen Ilse Kamerling en Henk Jan Hoogenberk zijn twee van de natuurfotografen van de Leidse Amateur Fotografen Vereniging. Ilse, met een achtergrond in aardwetenschappen en stuifmeelonderzoek, zegt: “Ik vind het mooi om te zien hoe de natuur in de stad dwars overal tussendoor groeit, alsof die zegt: ‘ik mag er ook nog zijn’.” Henk Jan is al zo’n vijftien jaar lid van de LAFV en richt zijn lens op korstmossen, bloemen en bijen. “Met een macrolens zie je een hele wereld die normaal verborgen blijft,” zegt hij. “Juist die kleine korstmossen en stoepplantjes laten zien hoe levend de stad eigenlijk is: ze reageren direct op lucht, warmte en water, en daar komen dan weer insecten en vogels op af.”

Hun werk laat zien dat de biodiversiteit in de stad vaak groter is dan we denken. Tussen stoeptegels, langs stoepranden en in vergeten hoekjes vertelt de natuur haar stille, groene verhaal.

Adres

Leiden

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Stadsfotograaf Leiden nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar Stadsfotograaf Leiden:

Delen