23/05/2026
Bladzijde uit mijn dagboek.
Over nalatenschap.
Of er nog een wereld bestaat voor mij buiten Ombre Amorfiose?
En doet het er uiteindelijk toe?
Of ik dit moet maken, of gewoon moet blijven creëren?
Ik denk dat ik het uiteindelijk niet meer kan stoppen. Ze laat zich zien ingelijst, netjes, galerierijp.. maar er komt steeds meer bij dat verklaart waarom mijn werk van Ombre Amorfiose ertoe doet. Het is alleen geen gemakkelijke ingang. De houtskooltekeningen werken eigenlijk alleen in series of als paren. En wanneer mensen vragen wat je precies doet, blijkt het moeilijk om dat kort uit te leggen in de vorm van een pitch.
Dat merkte ik toen ik mijn portfolio moest opsturen voor curatoren, om mee te kunnen dingen naar een art contest of een plek als artist in residence. Daar zou ik heel graag willen werken, alleen al vanwege de mogelijkheid om met andere kunstenaars samen te zijn en uit te wisselen over je beroepspraktijk. Zeker nu je niet meer tot de jongsten behoort, maar jezelf toch steeds opnieuw moet uitvinden.
Voor mij is er uiteindelijk nog geen berusting. Er is nog iets wat ik moet doen, en dat is Ombre Amorfiose. Ze is nog niet klaar. En of ze dat ooit wordt, weet ik niet. Het is mijn levensinhoud geworden. Het werken eraan kan ik niet meer loslaten. Het wordt langzaam een deel van mezelf. Dat is erin geslopen sinds ik het houtskool in mijn vingers voelde en het zwarte stof aan de rand van mijn koffiebeker zat.
Onlangs was er in het CBK Zeeland een bijeenkomst rondom de expositie Legacy. Een try-out. Eerlijk gezegd kon ik me eerst weinig voorstellen bij de vraag in de enquête of ons nalatenschap wel goed was ondergebracht. Ik antwoordde nogal luchtig dat “de kids dat wel deden”, want we hadden tenslotte werk op de blockchain staan. Alsof je daarmee je nalatenschap kunt redden… pfff. Crypto? Niet echt het Haleluhja , maar goed.
Na die expo bleef het toch hangen. Want ja, natuur laat uiteindelijk ook iets na maar alleen als het ertoe heeft gedaan. Alleen maar iets doen om je ego te strelen schiet uiteindelijk ook niet echt op.
Nu ik kleinkinderen heb, weet ik helemaal niet of het hen ooit zal boeien waar oma allemaal mee bezig was. Zo sterk leeft het eigenlijk ook niet binnen mijn gezin. Ze weten niet beter dan dat het zo is, en gaan er gelukkig heel ontspannen mee om.
De zorg die ik wel heb, is om zo weinig mogelijk ballast achter te laten. Want wanneer ik er niet meer ben, zitten mijn kinderen wel met het opruimen van alles wat ik heb verzameld. Daarom gooi ik regelmatig veel weg. Pas nog ging er een hele vrachtwagen naar de stort. Weg ermee. Ik ben daar klaar mee.
Behalve met mijn werk.
Wat er nog over is, staat deels opgeslagen in de loods en deels op een kamer bij een van mijn kinderen. De ruimte om te wonen én te werken is klein. Dus dit zijn de dagelijkse gedachten waar ik mee zit.
Het liefst zou ik alleen maar ruimte hebben om te werken. Een ontvangstruimte, een do**he, een kitchenette en een bed om te slapen. Hahaha… maar dat is wishful thinking.
Nee, ik heb een lief klein arbeiders-vissershuisje in de binnenstad. Zonder alle luxe van moderne dingen, maar het is knus. Deels wonen, deels atelier. Zo simpel is het.
Of ik ooit nog verhuis en mijn huis verkoop? Ja, als de gelegenheid zich voordoet en het voldoet aan alles wat voor mij belangrijk is. Uiteindelijk zit ik in het laatste deel van mijn leven. Niet per se seniorengeschikt, maar wel een plek waar ik mijn werk en mijn spullen mee naartoe kan nemen en waar ik uiteindelijk ook mag sterven. Omringd door de dingen die ik heb gemaakt. Oftewel: de dingen die mijn ziel dragen.
En daarna mogen ze het naar de stort brengen, aan een goed doel geven, of de galerist mag ermee doen wat hij wil. Whatever.
Maar nu ben ik er nog. Nog steeds in de ban van Ombre Amorfiose. En ik mag dit project, deze evolutie van mezelf en mijn leven .. volbrengen.
Ik denk dat dat uiteindelijk mijn nalatenschap zal zijn. Dat alles daarin zit. Of niets.
Zoals niet iedereen met de waan van de dag meeloopt, zo is het ook met mijn werk. Het is geen dijenkletser. Juist dat vreemde, dat afwijkende, vind ik fijn. Wanneer het herkend wordt door die amorfe zielen die het voelen, zien en kunnen plaatsen dat zal mijn legacy zijn.
Dat ik het zichtbaar heb mogen maken.